BRAINPORT

met Eindhoven als hart, is een innovatieve toptechnologieregio van wereldformaat. Hier bedenken we oplossingen voor de maatschappelijke uitdagingen van morgen.

Over Brainport

Excellente en superscholen in Brainport dankzij onderwijsinnovatie

14 februari 2017

Onderwijsinnovatie werpt z’n vruchten af in de Brainport regio. Dat bleek bijvoorbeeld onlangs uit de jaarlijkse Elsevier-lijst van 45 best presterende scholen van Nederland, waarop vier onderwijsinstellingen uit Zuidoost-Brabant prijken. Dat is echter nog maar het halve verhaal, aangezien Elsevier alleen VO-scholen meeneemt in diens onderzoek. Ook in het PO-segment gooien regionale scholen hoge ogen, al dan niet verrijkt met een predicaat ‘Excellente School’. Een specifieke focus op en investering in contextueel leren en individuele talentontwikkeling is de rode draad door zulke succesverhalen in het Brainport onderwijs.

Maatstaven overheid
Een van de scholen die een plek bemachtigde in de Elsevier lijst is het Kempenhorst College in Oirschot. Volgens directeur onderwijs Rob van der Vorst is die vermelding vooral ‘een bevestiging dat je als school op de goede weg zit’. “Elsevier kijkt puur naar meetbare gegevens (minste zittenblijvers, beste resultaten, red.) die samenhangen met de maatstaven van de overheid. In dat opzicht scoren we dus goed.” Daarmee mag het Kempenhorst College zich een zogeheten ‘Superschool’ noemen, zoals de nieuwe term - sinds dit jaar door Elsevier in het leven geroepen - luidt.

Meerwaarde regio
Dat is dus niet hetzelfde als een ‘Excellente School’, benadrukt Van der Vorst. “Dat predicaat moet je aanvragen en wordt toegekend naar aanleiding van een meerwaarde dankzij speciale onderwijsprogramma’s. Daar doen we bewust niet aan mee, omdat we liever focussen op de meerwaarde van de Brainport regio. Door de koppeling met al die innovatieve bedrijven in de omgeving kunnen we twee aspecten goed bijbrengen bij onze leerlingen: vaardigheden voor de toekomstige maatschappij en contextueel leren.” Binnen dat contextueel leren staat niet alleen de ‘wat-vraag’, maar juist ook de ‘waarom-vraag’ centraal, legt Van der Vorst uit. “Vanuit die invalshoek kunnen leerlingen beter zelf kiezen welke vakken het beste bij ze passen en dat werkt heel motiverend. Dat ze vervolgens bij bedrijven kunnen laten zien wat ze in huis hebben, geeft ook een boost.“

Kerngroepen
Twee andere regionale Superscholen die uit het Elsevier onderzoek naar voren kwamen, zijn het Hub van Doornecollege en het Alfrinkcollege in Deurne. Die eervolle vermelding danken de scholen aan het accent op kerngroepen en het vaste team docenten dat elk van die groepen heeft, aldus rector Monique van Roosmalen. “Elke kerngroep heeft een eigen profiel, zoals techniek. Bovendien bieden we voor de bovenbouw veel meer profielkeuzes dan andere scholen omdat we alle profielen aanbieden. Samen met een loopbaanbegeleider kunnen leerlingen daaruit de best passende optie bepalen. Dankzij het vaste team docenten is maatwerk mogelijk, met optimale individuele begeleiding voor de sterktes én zwaktes van leerlingen. En de lijnen zijn natuurlijk heel kort. We merken dat die aanpak echt voor kwaliteitsverhoging zorgt.”

Wetenschap en techniek
Dat een innovatieve onderwijsmethode ook gunstig uitpakt voor basisscholen, blijkt onder andere uit de toekenning van het predicaat ‘Excellente School’ voor Sint Trudo in Helmond. Dat kreeg de school expliciet voor diens onderscheidend vermogen op het gebied van wetenschap en techniek, vertelt directeur Gonnie Verhagen. “Wij hebben al heel vroeg, twaalf jaar geleden, gekozen voor een specialisme in dat opzicht. Maar waar we in de beginfase vooral gericht waren op een technisch eindproduct, besteden we nu vooral aandacht aan het proces dat daaraan vooraf gaat; samenwerken, logisch nadenken en planmatig werken. Een collega heeft placemats ontworpen met daarop alle noodzakelijke stappen in zo’n proces. We leggen de kinderen een case voor en daarmee gaan ze, met behulp van de placemat, aan de slag. Ook evaluatie wordt daarin meegenomen; welke problemen deden zich voor, hoe werden die opgelost, et cetera.”

Kleine stapjes
Volgens Verhagen bleek uit deze aanpak al snel dat ‘talenten van leerlingen goed zichtbaar werden’. “Met deze methode kan elk kind zijn eigen vaardigheden kwijt. De een is meer creatief, de ander juist handig. Alfa, bèta, jongen, meisje; het maakt niet uit, want iedereen kan doen waar hij of zij goed in is. Bovendien leren ze vanwege het samenwerken ook weer van elkaars talenten.” Klinkt als een groot succesverhaal, maar Verhagen benadrukt dat haar school er wel twaalf jaar over heeft gedaan. “Je moet er echt de tijd voor nemen met je team. Samen steeds kleine stapjes zetten. Zo bouw je uiteindelijk een goed vernieuwend systeem op.” Scholen die graag meer willen weten over de aanpak van Sint Trudo, kunnen altijd contact opnemen, aldus Verhagen. “Het delen met andere scholen was namelijk ook een belangrijk aspect.”