BRAINPORT

met Eindhoven als hart, is een innovatieve toptechnologieregio van wereldformaat. Hier bedenken we oplossingen voor de maatschappelijke uitdagingen van morgen.

Over Brainport

5 vragen over 5G in Brainport Eindhoven

17 mei 2018

Auto’s, lantaarnpalen en telefoons die met elkaar communiceren. De online verbondenheid maakt een ongekende groei door, alleen de digitale infrastructuur blijft ver achter. Guus Sluijter, strategisch adviseur bij de gemeente Eindhoven, legt uit waarom het ambitieniveau voor 5G en glasvezel omhoog moet. “We kunnen dit niet aan de markt overlaten.”

Dit is een serie interviews over de belangrijkste thema’s uit de Brainport Nationale Actieagenda. Deze keer: de ontwikkeling van een 5G netwerk

1. Wat is 5G? 
De opvolger van 4G, de vijfde generatie mobiele netwerken, maakt het mogelijk razendsnel te internetten. Waar het downloaden van een film met 3G nog meer dan een dag kostte, en op dit moment enkele minuten, is dat straks een kwestie van seconden. Een super snel 5G netwerk is van belang om de verdergaande digitalisering te ondersteunen. Om bijvoorbeeld slimme en duurzame mobiliteitsprojecten, waarbij voertuigen met hun omgeving kunnen communiceren, van de grond te krijgen. 

“Volgend jaar zal de overheid de 5G frequenties gaan veilen”, vertelt Sluijter. “Op lokaal niveau zijn extra zendmasten nodig om het netwerk te ondersteunen. 5G werkt op een hogere frequentie en reikt minder ver dan 4G. We hebben dus meer en kleinere masten nodig. Ook een goed glasvezelnetwerk is van belang voor hoogwaardige connectiviteit, want de 5G zender moet wel ergens op een kabel zijn aangesloten.”

2. Wat is de meerwaarde van 5G?
5G maakt razendsnel internet mogelijk en ondersteunt het gegeven dat de nieuwe economie digitaal is. “Elk proces, elke dienst of product zal in de nabije toekomst digitale componenten bevatten die op de een of andere manier met een digitaal netwerk is verbonden. Zonder goede infrastructuurverbinding vallen projecten stil op het gebied van slimme mobiliteit, smart industry en e-health”, licht Sluijter toe.

Alles digitaal, zo ver is de wereld nog niet. Toch is het wel slim om nu al vooruit te denken. Sluijter vertelt bijvoorbeeld over de lantaarnpalen in Eindhoven die grotendeels aan vervanging toe zijn: “Die palen zijn natuurlijk ideale zendmasten. Als we zo’n zendkastje nu al inbouwen bij het vervangen van de palen, hoeven we dat straks niet nog een keer te doen.” 

Sluijter legt uit dat zo’n lantaarnpaal ook andere functionaliteiten kan hebben, bijvoorbeeld bij het in kaart brengen van verkeersstromen. Hij is ervan overtuigd dat dergelijke data beleidsplannen kunnen verbeteren. Maar de data zijn ook van de inwoners zelf. Met het project ‘Jouw licht op 040’ kunnen inwoners van vijf wijken in Eindhoven zelf suggesties doen, zoals het idee voor sensoren die automobilisten waarschuwen dat er een fietser aankomt.

3.Waarom past 5G bij Brainport Eindhoven?
Deze regio wordt alom geroemd om haar hightech ontwikkelingen, maar die kunnen alleen van betekenis zijn als je er echt van op aan kunt. Als je dus ook een snel en betrouwbaar digitaal netwerk hebt. Sluijter noemt smart mobility als voorbeeld. “De testen met truck platooning die we rond Helmond willen doen, is daar één van. Truck platooning betekent dat vrachtwagens op termijn in een rijtje kunnen rijden, waarbij ze onderling communiceren. Ze kunnen daardoor dichter op elkaar rijden en beter reageren op onverwachte verkeerssituaties. Het is een initiatief om de veiligheid op de weg te verbeteren en efficiënter te kunnen rijden. 

Ik vind sowieso dat een goede digitale infrastructuur nodig is voor het functioneren van een stad. Inzicht krijgen in en het delen van data biedt veel kansen. Bijvoorbeeld als het gaat om crowd management, maar ook om automobilisten soepel naar een vrije parkeergarage te leiden. Het is onze taak om ervoor te zorgen dat we op een veilige manier gebruik maken van data.”

4. Wat gebeurt er nu al op het gebied van een 5G?
“Nederland wil digitaal koploper zijn in Europa en inderdaad: we scoren op dit moment internationaal goed. Maar we doen er veel te weinig aan om die positie vast te houden.” Sluijter ziet landen als Duitsland en Italië met forse overheidsfinanciering 5G netwerken uitrollen. 

“Voor de markt is het niet aantrekkelijk om het voortouw te nemen in verbetering van de digitale infrastructuur. De aanleg van een 5G netwerk zal zich namelijk pas op lange termijn terugverdienen. Ik denk dat de overheid de markt moeten stimuleren, bijvoorbeeld met publieke-private initiatieven. Een mooi voorbeeld is de proef die we nu rond Helmond gaan doen met 5G, waar we smart mobility projecten kunnen testen.

“Maar ook de ambities voor het glasvezelnetwerk moeten omhoog. Al doet Eindhoven het op dat gebied niet slecht. Zo’n 75 procent van de stad Eindhoven heeft glasvezel, bij de meeste andere steden ligt dat een flink stuk lager. Dat geldt ook voor een deel van de Brainportregio.”

5. Wat is er nog meer nodig om 5G van de grond te krijgen?
Sluijter kan het wel van de daken schreeuwen: het ambitieniveau moet omhoog. Met de huidige doelstelling van het kabinet van 100 Mbps in 2025 liggen we straks hopeloos achter. De lat voor digitale infrastructuur moet minstens naar 1 Gbps. Sluijter roept het ministerie van EZK op ambitieuzer te zijn en middelen vrij te maken om de markt een impuls te geven. 

Maar de strategisch adviseur is ook waakzaam: “Ik denk dat je de digitalisering van onze samenleving niet volledig aan de markt moet overlaten.” Hij noemt Facebook, als een van de vele voorbeelden, waarbij data het businessmodel vormen.  Samen met Amsterdam wil de gemeente Eindhoven daarom een standaard zetten. Een aantal richtlijnen om de digitalisering van de samenleving veilig vorm te geven. 

Hij benadrukt dat de triple helix samenwerking, zoals die in Brainport Eindhoven gebruikelijk is, daarbij cruciaal is. “Bedrijven, overheid en kennisinstellingen moeten aan boord zijn. Daarbinnen moet iedereen zijn eigen rol pakken. Als overheid spreken wij ons dus niet uit over hoe de technologie er precies uit moet zien. Maar wel of publieke belangen voldoende gewaarborgd zijn.”