BRAINPORT

met Eindhoven als hart, is een innovatieve toptechnologieregio van wereldformaat. Hier bedenken we oplossingen voor de maatschappelijke uitdagingen van morgen.

Over Brainport

Samenwerking met Philips levert TU/e 70 extra promotieplaatsen op

03 juni 2014

Philips en de Technische Universiteit Eindhoven (TU/e) hebben deze week een grootschalig strategisch samenwerkingsverband aangekondigd. Het is gericht op de versnelde ontwikkeling van digitale innovaties op het gebied van gezondheidszorg, verlichting en datawetenschap (‘data science’). Het samenwerkingsverband stelt de TU/e in staat om extra promotieplaatsen aan te bieden voor ruim 70 promovendi.

Betaalbare toegang tot hoogwaardige gezondheidszorg, energiezuinige verlichtingsoplossingen voor dichtbevolkte steden, het voorkomen van hart- en vaataandoeningen en de behandeling van verschillende vormen van kanker, zijn een aantal van de doelstellingen die beide partners voor ogen hebben.


De onderzoeksresultaten van de promovendi zullen worden gebruikt voor zowel wetenschappelijke als onderwijsdoeleinden. In totaal zullen ruim 200 onderzoekers, hoogleraren, promovendi en studenten nauw samenwerken. Zij zullen zich voornamelijk richten op kosteneffectieve en patiëntgerichte oplossingen ten behoeve van de gehele zorgketen, en op hoogwaardige verlichtingsoplossingen die mensen, plaatsen en systemen met elkaar verbinden.


Philips en TU/e zijn gevestigd in het hart van de Brainport regio en kunnen daarom uitstekend profiteren van de sterke punten van het regionale ‘ecosysteem’, dat tevens beschikt over stevige internationale verbindingen. Het samenwerkingsverband bevordert de kennisontwikkeling en het innovatievermogen van de regio en versterkt de positie van TU/e en Philips op het gebied van digitale innovatie.


Topsectorenbeleid
De samenwerking past binnen het topsectorenbeleid. De topsector High Tech Systems en Materialen (HTSM) ondersteunt dit initiatief en wil het via de TKI (Topconsortia voor Kennis en Innovatie) regeling en het TKI HTSM financieel steunen. De TKI regeling is ontworpen om nieuwe publiek-private samenwerkingen te stimuleren. Dit initiatief is een prima voorbeeld. Philips en TU/e zullen verder nauw samenwerken met andere instellingen die deel uitmaken van het ecosysteem, waaronder het Máxima Medisch Centrum, het Catharina Ziekenhuis en het Kempenhaeghe expertisecentrum voor epilepsie en slaapgeneeskunde.


Krachtenbundeling
“Nieuwe digitale technologieën brengen grote veranderingen teweeg binnen de gezondheidszorg, omdat alle lichtbronnen en medische apparaten deel gaan uitmaken van het ‘internet der dingen’. We hebben slimme algoritmes en geavanceerde data-analyses nodig om wegwijs te worden in de gigantische hoeveelheden informatie die dit zal opleveren. Dit zal leiden tot waardevolle inzichten die we kunnen gebruiken om de levens van mensen te verbeteren. TU/e beschikt over uitgebreide kennis op het gebied van informatica en elektrotechniek, terwijl Philips veel expertise heeft op het vlak van applicatiedomeinen en technologieën kan toepassen in zinvolle innovaties. Door onze krachten te bundelen kunnen we zorgen voor een versnelde ontwikkeling van netwerk geïntegreerde oplossingen die grote hoeveelheden gegevens gebruiken voor slimme diensten op het gebied van zorgverlening en persoonlijk welzijn, evenals voor slimme steden, gebouwen en woningen”, aldus Henk van Houten, General Manager van Philips Research.


Expertise
“Dit initiatief bouwt voort op een lange traditie van samenwerking in de regio. Het is de taak van TU/e om wetenschappelijke opleidingen te verzorgen, nieuwe kennis te ontwikkelen en de ingenieurs van de toekomst op te leiden”, aldus Jan Mengelers, voorzitter van de Raad van Bestuur van TU/e. “We benutten onze internationaal erkende expertise om bij te dragen aan de ontwikkeling van oplossingen voor maatschappelijke uitdagingen, in nauwe samenwerking met het bedrijfsleven. De aanwezigheid van Philips in de Verenigde Staten, Azië en Zuid-Amerika zal ervoor zorgen dat onze gezamenlijke inspanningen wereldwijd effect zullen sorteren.”