BRAINPORT

met Eindhoven als hart, is een innovatieve toptechnologieregio van wereldformaat. Hier bedenken we oplossingen voor de maatschappelijke uitdagingen van morgen.

Over Brainport

Design is echt kinderspel - Tilde Bekker

Al vroeg in haar carrière ontdekte Tilde Bekker een hiaat in het ontwerponderzoek en besloot om dit hiaat te helpen vullen. Ze besefte dat designers weinig aandacht schonken aan speciale gebruikersgroepen zoals kinderen en ouderen. Dit was dus een gebied waarin ze haar kennis echt kon verruimen. Die keuze leidde uiteindelijk naar haar huidige functie bij de TU/e, waar ze zich op de afdeling Industrieel Design focust op het thema ‘Playful Interactions’. Ze voert innovatieve onderzoeken uit naar het ontwerpproces gericht op kinderen, zowel op het gebied van leren als spelen.

Bekker studeerde Industrieel Design aan de universiteit van Delft. Ze sloot zich daaraan bij een groep die het relatief nieuwe gebied Interface Design onderzocht. Daar kwam ze voor het eerst in aanraking met het gebied waar de gebruiker en technologie elkaar ontmoeten. “Mijn interesse bij design is altijd al uitgegaan naar de invalshoek van de gebruiker”, legt ze uit: “ik kijk altijd naar de vereisten die nodig zijn voor een product om de wisselwerking tussen gebruiker en product makkelijker te maken.”

Haar eerste academische functies versterkten deze gebruikersgerichte aanpak. Toen ze werkte voor het Instituut voor Perceptie-Onderzoek in Eindhoven, ging ze op zoek naar een niche en ontdekte ze het hiaat dat vervolgens haar carrière vormgaf. Ze onderzocht eerst hoe ze producten voor kinderen moest evalueren en ontwerpen, en bekeek daarna de kennis die designers daarvoor nodig hadden. Ze besloot dat ze de andere academici die ook onderzoek hiernaar deden, wilde ontmoeten en zo kwam het dat ze, onbedoeld, de eerste conferentie over dit onderwerp mee organiseerde. “We noemden het toen nog een workshop”, vertelt ze lachend, “Ik was nogal naïef en had geen idee van de hoeveelheid werk die het met zich mee zou brengen.” Het werd een groot succes en wat begon met een baanbrekende workshop, is nu een gevestigde, jaarlijks terugkerende, internationale conferentie.

In 2004 opende de TU/e haar afdeling Industrieel Design en voegde ze zich bij het academische team van de leerstoel User Centered Engineering. In haar huidige rol van universitair hoofddocent richt zij zich op intelligente producten en de toegevoegde waarde van embedded technologie; ze wil onderzoeken wat een interactief product kan doen vergeleken met een niet-interactief product. “Technologie wordt steeds meer gebruikt in allerlei toepassingen”, zegt ze, “als je technologie dus niet integreert, loop je heel veel kansen mis”. Ze interesseert zich voor onderzoeksprojecten die zich richten op het ontwerpen voor welzijn, ouderen, sport, en natuurlijk, kinderen.

Binnen deze specialisatie gelooft Bekker dat embedded technologie samen met de verbeelding van een kind meer mogelijkheden biedt voor spel en interactie. “Ik beweer niet dat het beter is”, legt ze uit, “want dat valt bijna niet te bewijzen. Maar het leidt tot meer gevarieerde spelvormen, omdat je kinderen meer mogelijkheden biedt”. Het belangrijkste voor Bekker is wat je probeert en doet met de technologie en hoe je de technologie toepast om te ontwerpen, zodat je de ontwikkeling van een kind stimuleert en zo waarde toevoegt. Zo ontwerpt ze bijvoorbeeld bewust speelgoed zonder schermpjes, zodat kinderen zelf leidend zijn in het spelproces: “Dat heeft deels met het ontwerpproces te maken, maar ik houd ook rekening met waarvoor het bestemd is”, legt ze uit.

Bekker probeert eerst te begrijpen wat kinderen nodig hebben op verschillende leeftijden en gedurende alle ontwikkelstadia. Ze legt uit: “als een ontwerper zich beperkt tot de sociale, cognitieve, fysieke of emotionele ontwikkeling, dan laat hij kansen liggen, omdat deze facetten allemaal aan elkaar gerelateerd zijn, ze vullen elkaar aan.” Ze is van mening dat je een veel interessanter en innovatiever ontwerp krijgt als je al deze verschillende invalshoeken in overweging neemt. Deze filosofie heeft ook een rol gespeeld bij het onderzoeksthema ‘Playful Interactions’ dat Bekker mee heeft opgezet. Dit thema richt zich op het positief veranderen van de levensstijl van mensen door ze te enthousiasmeren voor speelse activiteiten. Veel van de langetermijnonderzoeken en ontwerpideeën van Bekker en haar studenten maken onderdeel uit van dit thema. Door samen te werken met haar studenten, doet Bekker veel inspiratie op.

Het is een win-win situatie”, zegt ze, “Ik gebruik mijn onderzoek bij het lesgeven, maar ik kan beter onderzoek doen, omdat ik werk met een zeer uiteenlopende groep studenten. Dat is veel productiever dan als ik het onderzoek alleen doe.” Haar coöperatieve manier van denken weerspiegelt de denkwijze van de TU/e en die van heel Brainport Eindhoven, een technologieregio die wordt gekenmerkt door een open-innovatie-cultuur. De universiteit maakt onderdeel uit van dit coöperatieve ecosysteem, waar technologisch innovatieve Brainportbedrijven zowel voordeel hebben van, als voordeel bieden aan hun academische partners.

Bekker zou graag meer commerciële mogelijkheden zien voor de inventieve prototypes en patenten die op haar afdelingen worden ontwikkeld. De meeste belanden uiteindelijk ergens op een plank. “Het is lastig, want we ontwikkelen vaak interessante concepten”, zegt ze, “maar we zijn geen ontwerpbureau. Onze concepten zijn dan ook nog lang niet klaar voor de markt.” Ze juicht initiatieven als het ‘Smart Design to Market’ van Brainport toe, maar denkt dat er ruimte is voor meer van zulke programma’s: “er worden per slot van rekening genoeg goede ideeën ontwikkelt.”

Op dit moment richt Bekker zich op het nieuwe gebied design gericht op leren. Ze maakt onderdeel uit van het samenwerkingsverband tussen lokale overheden en scholen dat als doel heeft kinderen op een andere manier te helpen leren. Ze legt uit: “Door gebruik te maken van een leermethode die op design is gebaseerd, wordt je meer uitgedaagd. Je leert proactief te werk te gaan bij het zoeken naar de kennis die je nodig hebt om iets op te lossen.” Ze is van mening dat deze leerstrategie mogelijkheden voor kinderen van alle leeftijden kan bieden en is momenteel druk bezig met het schrijven van een subsidieaanvraag voor Horizon 2020, om deze methode verder te kunnen ontwikkelen.

Maar haar horizon reikt veel verder. Ze heeft nog andere ijzers in het vuur, waaronder een project over ‘Design for Behaviour Change’, waarbij technologie wordt geïntegreerd om bijvoorbeeld ouderen te kunnen helpen sociaal en fysiek meer actief te worden. Daarnaast werkt ze ook aan designonderzoeksmethodieken, en bruist ze nog van de nieuwe ideeën, zoals bijvoorbeeld hoe je fysieke inspanning op scholen nog leuker kunt maken voor kinderen.

Waar haalt Bekker haar drive vandaan om steeds maar weer met nieuwe onderzoeksmogelijkheden aan de slag te gaan? Ze denkt even na en antwoord: “Het is eigenlijk heel egoïstisch, want het heeft in de basis met mijn eigen persoonlijke ontwikkeling te maken. Ik leer graag nieuwe dingen, maar het motiveert enorm te weten dat je iets ontwikkelt dat toegevoegde waarde biedt voor een gebruikersgroep ergens.''