BRAINPORT

met Eindhoven als hart, is een innovatieve toptechnologieregio van wereldformaat. Hier bedenken we oplossingen voor de maatschappelijke uitdagingen van morgen.

Over Brainport

Samenwerking is key voor koppositie Brainport binnen innovatief onderwijs



Eigenlijk is de weg naar het nieuwe leren vooral een kwestie van – jawel - leren. Leren over voortschrijdende mogelijkheden, leren over afwijkende inzichten, leren over de belevingswereld van kinderen en vooral ook leren van én met elkaar. Al deze en meer aspecten komen dan ook aan bod tijdens de tweede editie van het Kennisfestival ‘Leren in Brainport’, op 11 oktober in het Evoluon in Eindhoven. Een (nog altijd) futuristische locatie om de toekomst van innovatief leren te presenteren, bespreken, bekritiseren en – uiteindelijk - vorm te geven. Waar anders eigenlijk dan in de vooruitziende Brainport regio?

Aan het woord: Geert-jan Nillesen en Ihsane Beyd, vestigingsdirecteur en docent Jan van Brabant College Helmond

Samenwerking is key voor koppositie Brainport binnen innovatief onderwijs

De dialoog is een essentieel aspect van het nieuwe leren, blijkt uit een rondgang langs verschillende spelers in het onderwijsveld. Docenten, schoolbesturen, ouders en bedrijven moeten structureel en constructief met elkaar in gesprek blijven over de introductie én invulling van het nieuwe leren. Misschien zelfs wel over de definitie van dat begrip, aangezien die ook nog niet in beton is gegoten. Want; zoveel mensen, zoveel meningen en dat gaat zeker op voor de pluriformiteit binnen de educatieve markt. Zowel binnen als tussen scholen is het noodzakelijk om open te staan voor elkaars standpunten en om te durven delen.

Actief verspreiden

Geert-jan Nillesen, vestigingsdirecteur van het Jan van Brabant College in Helmond, spreekt over ‘proefballonnetjes oplaten’ als hij zijn visie op het nieuwe leren toelicht: “Ideeën voor en over innovatie in het onderwijs moeten we actief verspreiden, bijvoorbeeld tijdens het Kennisfestival. Ik houd niet van het woord ‘olievlekwerking’, omdat dat impliceert dat het allemaal vanzelf gaat. Willen we als Brainportregio voorop blijven lopen, dan moeten scholen blijven ontwikkelen en de daarmee opgedane kennis en ervaring met elkaar delen.” Een van de docenten van het Jan van Brabant College, Ihsane Beyd, voegt daar nog een specifiekere doelstelling aan toe; zij pleit voor een definitie van het nieuwe leren. “Voor echte innovatie zijn grootschalige projecten nodig en die moeten beter zichtbaar worden binnen scholen. Nu is de uitwerking van het nieuwe leren vaak te versnipperd omdat iedereen dat begrip anders interpreteert. We hebben houvast nodig, één lijn voor pragmatische handvatten.”

Mediawijsheid

Volgens Beyd is het aan de docenten zelf om die definitie te bepalen. “Wij staan middenin de praktijk, dus samen moeten we een cultuuromslag vormgeven. Dat is nodig omdat we op de lerarenopleiding nog te traditioneel worden opgeleid.” Voor haar als ‘beginnend docent’ betekent het nieuwe leren in ieder geval een focus op ‘nieuwe, onmisbare skills’ voor kinderen, zoals ondernemen, digitale geletterdheid (leren programmeren) en mediawijsheid. Wat haar betreft is voor dat laatstgenoemde een apart vak nodig: “Tegenwoordig zijn er zoveel mediakanalen die enorm veel informatie brengen. Daarom moeten we kinderen leren om kritische keuzes te maken en die informatie goed te toetsen.” Dat onderstreept ook Nillesen, naar eigen zeggen een ‘hartstochtelijk geschiedenisleraar’. “Het doet er niet meer toe of je weet wanneer Karel de Grote leefde, dat is zo gegoogeld. Nu is het belangrijker om goed te zoeken en te beoordelen; weten wat er over Karel de Grote geschreven is, waarom en door wie. Welke bronnen zijn betrouwbaar, hoe scheid je hoofd- en bijzaken?”

Meningsverschillen

In dat opzicht zijn deze collega’s het dus met elkaar eens, maar binnen een goede dialoog zijn ook meningsverschillen mogelijk en nodig. Bijvoorbeeld over de invulling van traditionele vakken zoals talen. Daarin is wat Nillesen betreft ook omslag nodig: “We moeten beter kijken naar de praktische toepasbaarheid. Waarom spenderen we nog zoveel tijd aan het leren schrijven van een sollicitatiebrief? Hoe vaak zullen kinderen in de toekomst op die manier een baan vinden? Ze zullen meer te maken krijgen met allerlei contracten en contacten waarin ze zich moeten kunnen redden. Daarvoor zijn vaardigheden als begrijpend lezen en samenwerken noodzakelijk en dat zou best wat meer aandacht mogen krijgen.”” Beyd, onder andere docente Frans, ziet dat anders: “Op die manier gaan we te veel voorkauwen en dingen zo makkelijk mogelijk maken. Het is juist wél belangrijk om een goede motivatiebrief te schrijven. Dat soort vaardigheden dreigen nu al ondergesneeuwd te raken, net als correcte spelling vanwege alle spellingscontroles. Straks is nadenken niet meer nodig.”

Utopische droom

Niet alleen over de praktische toepassing van het nieuwe leren bestaan verschillende opvattingen, dat geldt ook de invoering an sich. Niet elke school gaat daar even overtuigd of enthousiast in mee. Nillesen begrijpt wel waarom sommige conculega’s terughoudend zijn: “Samenwerking is key, maar dat is een stuk makkelijker als je als school genoeg leerlingen hebt en je hoofd boven water kunt houden. Er zijn scholen die worstelen met een terugloop en daarom moeite hebben om open te blijven. Dan is er sprake van een spanningsveld en dat zal in de toekomst alleen maar toenemen vanwege de afname van het aantal kinderen.” Hij ziet daarom twee opties: natuurlijk selectie en daarmee minder concurrentie of onderlinge afspraken over een betere spreiding van leerlingen tussen de scholen. “Hoe dan ook; belangeloze samenwerking tussen alle scholen in de regio levert uiteindelijk voor iedereen een win-winsituatie op. Dat is ook mijn utopische droom. En daar ben ik voorzichtig optimistisch over.”